Hopmuseum plus, een verhaal van hop en bier

Speerpunt 21

Toerisme blijft een belangrijke economische troef. Soms zien we het zelf niet meer, maar veel bezoekers zijn niet weinig jaloers op ons landschap. We moeten er dan ook meer dan ooit zorg voor dragen. Hop en bier blijven belangrijke toeristische thema’s. Daarom willen het Hopmuseum vernieuwen. Dit moet meer worden dan een louter museum, maar een echt belevingscentrum voor Hop en Bier. In de nieuwe opstelling zien wij ook wel een plaats voor de rijke Poperingse geschiedenis.

De voorbije 12 jaar heeft het toerisme in Poperinge een hoge vlucht genomen. Het aantal logiesverstrekkers steeg spectaculair, net als het aantal overnachtingen (bijna 80.000 in 2017). Dankzij de investeringen in fiets- en wandelnetwerken krijgen we ook elk jaar meer ééndagstoeristen op bezoek. We zijn er bovendien van overtuigd dat we het nog veel beter kunnen doen. Daarom is het goed dat het stadsbestuur nu al opdracht gegeven heeft aan Westtoer om een nieuw strategisch plan op te stellen.

Het staat als een paal boven water dat hop en bier belangrijke aantrekkingspolen zullen blijven. We stellen met plezier vast dat heel wat private toeristische speler hier ook op inspelen. Denken we maar aan de brouwerijen Sint-Bernardus en De Plukker die investeren in toeristische rondleidingen. Of aan de landbouwers die met veel plezier en vakmanschap vele tienduizenden bezoekers kennis laten maken met het fascinerende verhaal van de hoppeplant.

Deze private investeringen zijn absoluut nuttig en nodig. Maar dat wil niet zeggen dat het stadsbestuur haar verantwoordelijkheid zou mogen doorschuiven naar de private sector. Samen blijft de mening toegedaan dat de stad moet blijven investeren in toeristische basisinfrastructuur. De vernieuwing van het Hopmuseum is hierbij prioritair.

De huidige museumopstelling dateert van 2006. Algemeen wordt aangenomen dat een vaste tentoonstelling, in om het even welk museum, na 12 tot 15 jaar aan vernieuwing toe is. Dit is zeker het geval in het Hopmuseum. Niet in het minst omdat in 2006 het accent in belangrijke mate lag op de restauratie van het hoofdgebouw en de bijhorende nieuwbouw. Een terechte keuze, die wel tot gevolg had dat de museale opstelling het met een eerder klein budget moest doen.

Ook nu moeten er nog wel wat verbouwingen uitgevoerd worden. De stadsschaal, het sanitair blok en de burelen in het voormalige VDAB-gebouw zijn in een niet al te goede staat. We pleiten er dan ook voor om deze grondige te verbouwen. Het architectenbureau Vanhecke en Suls voerde reeds enkele voorbereidende studies uit, aan de volgende bestuursploeg om hier knopen door te hakken. Het idee bestaat om de toeristische dienst te laten verhuizen naar de site van het museum. Hier zou een behoorlijk kostenplaatje aan hangen maar dit zou wel eens snel kunnen terug gewonnen worden door een veel efficiëntere inzet van het baliepersoneel.

Het museum zelf moet volgens ons aan meerdere voorwaarden voldoen. Het moet in eerste instantie de plaats bij uitstek blijven waar de geschiedenis van de hopcultuur in onze streek verteld wordt. Maar niet enkel de geschiedenis moet aan bod komen, ook de actuele uitdagingen waar de hoptelers voor staan, verdienen duiding. Het moet ook meer een plaats worden waar altijd wel iets te beleven valt. Groepen moeten er terecht kunnen voor geanimeerde bierproeverijen of kookworkshops. En wie weet … de droom van een huisbrouwerij, die laten we nog altijd niet los.

We willen dat er voor de inhoudelijke vernieuwingen duidelijke budgettaire garanties zijn. Het heeft immers weinig zin om grote bedragen uit te geven aan de renovatie van gebouwen, als je achteraf dan nog amper geld over hebt om in die gebouwen de juiste dingen te doen. Dan is het volgens ons beter om wat minder ruimte ter beschikking. Of het Hopmuseum nog een bijkomende vleugel nodig heeft op de oude Thevelin-site lijkt ons dan ook een vraag waar we niet a priori ja op antwoorden. Het Yper-museum heeft ook in Poperinge de vraag doen opborrelen of we geen nood hebben aan een stadsmuseum. Een plaats waar zowel de Poperingenaar en de toerist de historische identiteit van de stad kan ontdekken. Samen vindt het zeker en vast de moeite om dit verder te onderzoeken. Er lijken ons wel meerdere opties mogelijk. Laat ons dus maar eens nadenken of het haalbaar is om één verdieping van het hopmuseum in te richten als stadsmuseum.

We staan aan het begin van een traject. Een traject dat we samen met de Poperingenaars willen afleggen. Ook hier kan wat de buren uit Ieper gedaan hebben, zeker inspiratie bieden.

Doe mee Geef een volmacht
© Jurgen Vanlerberghe| Cooked & Spiced by LMD | Cooked & Spiced by LMD